Grote Turkse en Marokkaanse organisaties helpen niet tegen radicalisering

Home  >>  Publicaties  >>  Grote Turkse en Marokkaanse organisaties helpen niet tegen radicalisering

Grote Turkse en Marokkaanse organisaties helpen niet tegen radicalisering

30
aug,2017

off

Ik ga niet beweren dat de overheid alles verkeerd aanpakt, ook omdat we niet in detail te zien krijgen hoe veiligheidsdiensten opereren. Maar op het gebied van preventie kan het beter. Dat zeg ik vanuit mijn ervaring als maatschappelijk werker in migrantenwijken. De overheid leunt te sterk op grote, overkoepelende organisaties, die geacht worden minderheden te vertegenwoordigen. Bij de Turken is dat Inspraakorgaan voor Turken (IOT) en bij de Marokkanen Stichting Marokkanen in Nederland (SMN). Het probleem is dat die organisaties op een te hoog bestuurlijk niveau actief zijn en de zo belangrijke fijnmazige informatie missen, die twintig jaar geleden wel aanwezig was bij kleine zelforganisaties.

Radicalisering
Minister Koenders spreekt in Amsterdam-West over de aanpak van radicalisering. | Foto: Ministerie Buitenlandse Zaken

Om symptomen op te merken heb je een bepaalde blik nodig. Radicalisme onder Turkse en Marokkaanse jongeren was er al ver  voor IS, maar was minder zichtbaar. Samen met het antidiscriminatiebureau Den Haag organiseerde ik in 2004 een bijeenkomst over radicalisering, bedoeld voor professionals en de politiek. Ik kreeg opmerkingen als: “Wij merken op straat niets van radicalisering.” Ik zag een andere straat dan zij. Ik herinner me een bakker, begin twintig. Langzaam zag ik zijn uiterlijk veranderen. Toen ik hem later tegenkwam, had hij een lange baard en was hij islamitisch gekleed. Hij zei dat hij in Saoedi Arabië de islam had bestudeerd. Ik zag vaker zulke gedaanteverwisselingen.

Eind jaren negentig veranderde de overheid haar beleid. Tot die tijd kregen kleine zelforganisaties, die allerlei activiteiten ontwikkelden, meestal op wijkniveau of voor een bepaalde etnische doelgroep, meer steun en ruimte dan nu. Later verwachtte de overheid veel heil van grote organisaties zoals IOT en SMN. Ze kregen miljoenen subsidie om de emancipatie, integratie, en participatie van Turken en Marokkanen te bevorderen. Dat ging ten koste van die kleine zelforganisaties, met hun vaak unieke fijnmazige kennis van zaken. IOT en SMN hadden gebruik kunnen maken van die kennis. Maar in plaats daarvan versterkten ze de rol van grote religieuze organisaties, met wie ze intensief samenwerkten.

IOT en SMN hebben niet kunnen verhinderen dat juist veel Marokkaanse en Turkse jongeren naar Syrie gingen. Mijn advies aan de overheid: Herstel de positie die de kleine zelforganisaties hadden en breek met IOT en SMN.

In de jaren 80 en 90 hadden de zelforganisaties dagelijks contact met elkaar. De lijnen waren kort en de drempels laag. Dat gold ook voor de contacten met de overheid, via de wijkagenten. Ze organiseerden diverse activiteiten waarbij ze elkaar uitnodigden. Zo bleven ze in contact met elkaar. Vreemd gedrag viel snel op en mensen konden en durfden elkaar daarop aanspreken. Maar de overheid verwaarloosde deze unieke informatiebron en maakte zichzelf afhankelijk van SMN en IOT. De zelforganisaties lijden, voor zover ze er nog zijn, vaak een kwijnend bestaan. Mede daardoor zijn er nog maar weinig contacten tussen de overheid en gewone burgers.

Eind jaren negentig werkte ik in de Haagse Schilderswijk en in Transvaal als jongerenwerker. Mijn belangrijkste informatie kreeg ik van die zelforganisaties. Ook voor de overheid kunnen ze goud waard zijn, zeker bij de preventie van radicalisering. Maar dan moeten ze wel meer armslag en waardering krijgen. De financiering is eenvoudig: afschaffing van de miljoenensubsidies aan IOT en SMN.

The post Grote Turkse en Marokkaanse organisaties helpen niet tegen radicalisering appeared first on Joop.


Source: Joop Publicaties

Comments are closed.